National Alliance Makes Presentation Of Amendments To Civil Code On Short Term Labour Contracts

The faction of the National Alliance and Independent Member of Parliament, Frans Richardson submitted their response to the questions and issues raised by the Council of Advice on the Draft Ordinance to amend the Civil Code reference to the Short Term Labour Agreements, Monday April 2nd 2012.

 

online casino

 

The following are copies of the response and issues submitted:

1.

STATEN VAN SINT MAARTEN

Zittingsjaar 2011-2012

—————————————————————

Landsverordening houdende wijziging van Boek 7A

van het Burgerlijk Wetboek (Landsverordening

eliminering oneigenlijk gebruik van kortlopende arbeids-

overeenkomsten)

—————————————————————

ONTWERP

—————-

No. 2

—————-

IN NAAM DER KONINGIN!

DE GOUVERNEUR VAN SINT MAARTEN,

In overweging genomen hebbende:

dat ter bescherming van de werknemers het wenselijk is regelen vast te stellen ter beperking danwel eliminering van het oneigenlijk gebruik van arbeidsovereenkomsten voor korte duur voor functies die in wezen een duurzaam en/of permanent karakter hebben;

dat ter vaststelling van de noodzakelijke maatregelen hiertegen het arbeidsrecht in Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek van Sint Maarten, dient te worden gewijzigd;

Heeft, de Raad van Advies gehoord, met gemeen overleg der Staten, vastgesteld onderstaande landsverordening:

Artikel I

Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek van Sint Maarten wordt als volgt aangepast:

Na artikel 1615fa wordt een nieuw artikel, 1615fb bestaande uit 3 leden ingevoegd, luidende:

Artikel 1615 fb

1. Het is verboden met een werknemer een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aan te gaan voor een functie die niet van tijdelijke aard is, zonder de voorafgaande schriftelijke vergunning hiertoe, afgegeven door of namens de Minister van Arbeid en Sociale Zaken.

2. Elk beding in een arbeidsrelatie schriftelijk of mondeling overeengekomen, dat in strijd met het voorgaande lid is aangegaan, is van rechtswege nietig.

3. De dienstbetrekking die ingevolge de bepalingen van artikel 1615fa meer dan drie opeenvolgende keren werd verlengd, telkens met in achtneming van tussenpozen van meer dan drie maanden, wordt met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze landsverordening, geacht te zijn aangegaan voor onbepaalde tijd.

Artikel II

1. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden nadere regels vastgesteld met betrekking tot de uitvoering van deze landsverordening, alsmede de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om in aanmerking te komen voor de hierin bedoelde vergunning van de Minister van Arbeid en Sociale Zaken.

2. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden nadere regels vastgesteld waarin wordt bepaald voor welke categorieën van dienstbetrekkingen het aangaan van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met dezelfde werknemer voor meer dan drie achtereenvolgende keren verboden is, ongeacht welke tussenpozen tussen de opeenvolgingen in acht wordt genomen.

Artikel III

Overtreding van de bepalingen in artikel I wordt als misdrijf beschouwd en gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste 8 maanden of een geldboete van ten hoogste tien duizend gulden, per misdrijf.

Artikel IV

De Minister van Arbeid en Sociale Zaken zendt jaarlijks na de inwerkingtreding van deze landsverordening aan de Staten een verslag over de werking en toepassing van deze landsverordening.

Artikel V

Deze Landsverordening kan worden aangehaald als "Landsverordening eliminering oneigenlijk gebruik van arbeidsovereenkomsten voor korte duur" en treedt in werking met ingang van de eerste dag na 6 weken volgende op de dag van uitgifte van de Landscourant van Sint Maarten, waarin de afkondiging is geschied.

 

 

 

Gegeven te Philipsburg, d.d. …………….

 

 

De Minister van Arbeid en Sociale Zaken,

 

 

De Minister van Justitie,

 

Uitgegeven d.d. ………………………..

De Minister van Algemene Zaken,

 

2.

STATEN VAN SINT MAARTEN

Zitting 2010-2011

—————————————————————

Landsverordening tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek

betreffende het elimineren van het oneigenlijk gebruik door

het bedrijfsleven van elkaar opvolgende arbeidsovereen-

komsten van korte duur, voor dienstbetrekkingen die een

permanent karakter hebben.

—————————————————————

AANBIEDING

——————-

No 1.

——–

Gebruikmakende van het recht van de Staten, toegekend in artikel 85, eerste lid, van de Staatsregeling van Sint Maarten, hebben ondergetekenden hierbij de eer Uw College ter goedkeuring aan te bieden een ontwerp-landsverordening tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek betreffende het elimineren van het oneigenlijk gebruik door het bedrijfsleven van elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten van korte duur, voor dienstbetrekkingen die een permanent karakter hebben.

 

 

 

Philipsburg, 2 april, 2012.

_________________

William Marlin

_________________

Frans Richardson

_________________

George Pantophlet

_________________

Hyacinth Richardson

_________________

Lloyd Richardson

_________________

Louie Laveist

3.

STATEN VAN SINT MAARTEN

Zittingsjaar 2011-2012

——————————————————————————

Landsverordening houdende wijziging van Boek 7A

van het Burgerlijk Wetboek (Landsverordening

eliminering oneigenlijk gebruik van kortlopende arbeids-

overeenkomsten)

——————————————————————

MEMORIE VAN TOELICHTING

No. 3

————

ALGEMENE BESCHOUWINGEN

 

Inleidende beschouwingen:

Het uitgangspunt van de wetgever bij het vaststellen van regels die de verhouding tussen werknemer en werkgever regelt, is altijd geweest de bescherming van de werknemer met het oogmerk om sociale rust en een ordelijke maatschappelijke ontwikkeling te garanderen.

Het oneigenlijk gebruik (misbruik) van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd die elkaar met tussenpozen van telkens meer dan drie maanden opvolgen waardoor voor de werknemer geen dienstbetrekking voor onbepaalde tijd ontstaat, is een problematiek die zich de laatste jaren voordoet en thans urgent de onverdeelde aandacht van de wetgever vergt.

Gedurende de diverse verkiezingen van de afgelopen jaren is dit punt herhaaldelijk aan de orde gesteld gedurende de politieke campagnes, doch daarbij is het gebleven daar geen enkele Regering het noodzakelijk heeft geacht, passende maatregelen te treffen teneinde deze problematiek op te lossen.

De fractie van de National Alliance in de Staten van Sint Maarten heeft gemeend dat thans het moment is aangebroken om daadwerkelijk deze problematiek aan te pakken en een passende oplossing voor te stellen in de vorm van een wettelijke regeling teneinde het fenomeen van het oneigenlijk gebruik van arbeidsovereenkomsten tegen te gaan, te elimineren, danwel drastisch te beperken. Met de invoering van de voorgestelde regeling zal het niet langer mogelijk zijn voor een werkgever om een reeks van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd met dezelfde werknemer aan te gaan zonder dat de werknemer ooit in aanmerking komt voor een aanstelling voor onbepaalde tijd, terwijl de functie een niet-tijdelijk karakter heeft, of seizoengebonden is. Met een functie die niet van tijdelijke aard is wordt bedoeld een functie of een dienstbetrekking die een permanent karakter heeft, zoals de functie van kassa bediende bij een supermarkt of winkel, in tegenstelling tot een functie in de bouwwereld die alleen beschikbaar zal zijn voor de duur van een bepaalde fase van het bouwproject. Een dergelijke functie is niet van tijdelijke aard en is in principe ook niet seizoengebonden. Het is danook volstrekt onduidelijk en onlogisch dat een werknemer die een dergelijke functie bekleedt telkens op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wordt aangesteld.

De indieners zijn zich er echter van bewust dat onze economie voornamelijk steunt op het toerisme en dat de toeristisch georienteerde economie sterk seizoenafhankelijk kan zijn. Bij de invoering van de voorgestelde aanpassing in het arbeidsrecht blijft de mogelijkheid bestaan om arbeidsovereenkomsten aan te gaan in die sectoren van het bedrijfsleven waar zulks noodzakelijk is, doch nadat de Minister of namens de Minister een vergunning hiertoe wordt verleend. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, zullen nadere regels worden gesteld omtrent de aanvraag en de verlening van een dergelijke vergunning en de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om daarvoor in aanmerking te komen.

Een historische terugblik.

In artikel 1639 (oud BW) werd bepaald dat indien een voor bepaalde tijd aangegane dienstbetrekking is voortgezet, voor haar beeindiging voorafgaande opzegging nodig is. Dit betekende dat een dienstbetrekking tussen dezelfde partijen die elkaar met tussenpozen van niet meer dan 31 dagen zijn opgevolgd, geacht werden een voortgezette dienstbetrekking te vormen. Voor het beeindigen van een derglijke voortgezette dienstbetrekking was voorafgaande toestemming (ontslagvergunning) van de Directeur van Arbeid en Sociale Zaken of ontbinding door de Rechter vereist. Het vereiste van voorafgaande opzegging werd echter gezien als een te starre regeling. Het bedrijfsleven was de mening toegedaan dat het wettelijk te moeilijk danwel onmogelijk was om over te gaan tot het ontslag van een niet naar behoren functionerende werknemer en dat dit de ontwikkeling van de economie niet ten goede kwam. De Regering heeft naar aanleiding hiervan het noodzakelijk geacht de bestaande regelgeving op dit punt te versoepelen en zodoende de arbeidsmarkt te flexibiliseren. In het jaar 2000 werd artikel 1615 f van het Burgerlijk Wetboek gewijzigd door de invoering van de Landsverordening Flexibilisering Arbeidswetgeving (PB 2000 no 68).

Door de invoering van artikel 1615 fa in het Burgerlijk Wetboek is het arbeidsrecht gewijzigd voor wat betreft het aangaan van elkaar opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. De regeling luidt thans als volgt:

Vanaf de dag dat tussen partijen:

a. arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd elkaar met tussenpozen van niet meer dan drie maanden hebben opgevolgd en een periode van 36 maanden, deze tussenpozen inbegrepen, hebben overschreden, geldt met ingang van die dag de laatste arbeidsovereenkomst als aangegaan voor onbepaalde tijd;

b. meer dan 3 voor bepaalde tijd aangegane arbeidsovereenkomsten elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van niet meer dan 3 maanden, geldt de laatste arbeidsovereenkomst als aangegaan voor onbepaalde tijd".

De hoofdregel is toen geworden dat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt door het verstrijken van de periode waarvoor die is aangegaan. Teneinde de werknemer wat zekerheid/bescherming te bieden voor de continuering van de dienstbetrekking werd het hiervoren geciteerde artikel 1615 fa gecreeerd.

 

 

 

De problematiek

In de pratijk is echter gebleken dat deze regeling weinig of geen zekerheid/bescherming biedt aan de werknemer als het betreft de continuering van de dienstbetrekking, doordat de werkgevers veelvuldig oneigenlijk gebruik maken van de hiervoren genoemde regeling.

Met oneigenlijk gebruik wordt bedoeld dat de werkgever de regeling anders gebruikt dan waarvoor deze is bedoeld. De regeling was juist bedoeld om de werknemers zekerheid te bieden voor de continuering van de dienstbetrekking nadat deze van rechtswege werd beeindigd door verloop van de periode waarvoor die was aangegaan.

De praktijk is echter geworden dat de werkgever nadat de werknemer telkens een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd heeft voltooid deze naar huis laat gaan voor een periode van meer dan 3 maanden, hierdoor komt de werknemer nimmer in aanmerking voor een dienstbetrekking voor onbeplaalde tijd en maakt de werkgever oneigenlijk gebruik van de wettelijke regeling door de geboden ontslagbescherming continu te omzeilen.

Er zijn gevallen bekend van werknemers die al 10 jaar, en zelfs langer, in dienst zijn bij dezelfde werkgever en dezelfde werkzaamheden verrichten doch noch steed op basis van kortlopende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd in dienst worden genomen en nimmer in aanmerking zijn gekomen voor een aanstelling voor onbepaalde tijd. De groep groeit immers en dient terstond tot een toelaatbaar aantal te worden teruggebracht. Het komt veelvuldig en regelmatig voor dat werkgevers de werknemer voor een periode van 6 maanden geen arbeid laat verrichten en de werknemer dan vervolgens een nieuwe arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aanbiedt.

Het spreekt voor zich dat een aanzienlijk groot deel van onze werknemers die in bepaalde sectoren van het bedrijfsleven werken, slachtoffer zijn van deze onaanvaardbare praktijken. Het zal wel duidelijk zijn dat een werknemer die werkzaam is, op basis van arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, minder rechtszekerheid en bestaanszekerheid heeft, dan de werknemer die in een dienstbetrekking voor onbepaalde tijd met de werkgever staat, met alle nadelige gevolgen van dien voor de verdere economische ontwikkeling van de werknemers.

De werknemer zonder een dienstbetrekking voor onbepaalde tijd zal moeilijkheden ondervinden bij het aanvragen van een hypothecaire lening bijvoorbeeld voor het bouwen van een huis. De persoon leeft in onzekerheid niet wetende of nadat de huidige arbeidsovereenkomst voor 9 maanden is beeindigd deze zal worden voortgezet of niet. Indien de man en de vrouw van dezelfde huishouding allebei in dienst zijn van werkgevers en continu op basis van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd worden aangesteld, heeft die huishouding een zeer onzekere bestaan daar de beide broodwinnaars op ieder ogenblik zonder werk kunnen komen te verkeren. Dit heeft vervolgens enorme consequenties voor de Sociale Voorzieningen die dan door de Regering beschikbaar dienen te worden gesteld. Een dergelijke situatie zoals hierboven is uiteengezet is uit maatschappelijk- en menselijk oogpunt, ontoelaatbaar en werd nimmer door de wetgever beoogd.

De indieners zijn, gelet op het voorgaande van mening, dat het bovengeschetse oneigenlijk gebruik oftewel misbruik van de geldende wettelijke regeling onaanvaarbaar is en terstond beeindigd dient te worden door aanpassing/invoering van een passende regeling in ons arbeidsrecht.

Juridische beschouwingen

Het aanbieden van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd die elkaar opvolgen telkens met tussenpozen van meer dan drie maanden waardoor die werknemer niet in aanmerking komt voor een dienstbetrekking voor onbepaalde tijd voor een functie die niet tijdelijk van aard is doch een continu en permanente functie is, dient gekwalificeerd te worden als misbruik van recht, oneigenlijk gebruik van de wettelijke regeling, indien geen te rechtvaardigen redenen aanwezig zijn om de werknemer niet in een dienstbetrekking voor onbepaalde aan te stellen.

Indien de werkgever deze meerbedoelde constructie gebruikt enkel en alleen om de werknemer de door de wet geboden ontslagbescherming te ontnemen, dient geconcludeerd te worden dat er sprake is van misbruik van recht, hetgeen wettelijk ongeoorloofd is. Misbruik van recht en of wetsontduiking/omzeiling is ongeoorloofd. De wetgever dient hiertegen terstond passende maatregelen te treffen.

Ook is er sprake van schending van het beginsel van goed werkgeverschap neergelegd in artikel 1614 van het BW indien de werknemer hoewel deze al jaren voor de werkgever werkt en naar behoren functioneert en positief bijdraagt tot de ontwikkeling van het bedrijf toch niet in aanmerking komt voor een aanstelling in een dienstbetrekking voor onbepaalde tijd. De rechtsbeginselen van redelijkheid en billijkheid kunnen onder dergelijke omstandigheden eisen dat de arbeidsverhouding zoals door de werkgever en werknemer is afgesproken alsnog onaanvaardbaar zouden kunnen zijn. In de Memorie van Toelichting op de Landsverodening Flexibilisering Arbeidswetgeving heeft de wetgever duidelijk gesteld dat met de invoering van de beoogde flexibilisering, de rechtsbescherming van de werknemer voorop staat.

Dergelijke handelingen zijn dus in strijd met de wet en het recht en dienen thans door de wetgever bestreden te worden.

In voornoemde gevallen is ook een plaats weggelegd voor de rechtspraak doch in dit geval meent de wetgever te moeten ingrijpen daar de rechter het niet nodig heeft geacht de wet door middel van rechtspraak op dit punt aan te vullen. In het geval van de zogenaamde "draaideur constructie" waarbij de werkgever ook dezelfde ontslagbescherming van de werknemer trachtte te omzeilen door de werknemer na een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd bij een ander bedrijf of dochteronderneming dezelfde werkzaamheden voor een periode te laten verrichten en vervolgens weer een nieuwe arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aan te bieden, met hetzelfde oogmerk en effect dat de werknemer hierdoor nimmer in aanmerking kon komen voor een dienstbetrekking voor onbepaalde tijd, heeft het Gerecht wel opgetreden en een dergelijke praktijk uitgebannen door in de jurisprudentie te bepalen dat in dergelijke gevallen de verschillende werkgevers worden geacht elkanders rechtsopvolgers te zijn, waardoor er sprake was van voortgezette dienstbetrekkingen, met het gevolg dat de werknemer geacht werd in dienst te zijn op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Tot slot.

De indieners zijn van mening dat tegen de hierin geschetse ongewenste situatie zo snel mogelijk moet worden opgetreden.

Het aangeboden ontwerp heeft als doel aan deze ongewenste situatie een einde te maken en de werknemers van St.Maarten meer bestaans-, rechtszekerheid en ontslagbescherming te bieden. Door invoering van de voorgestelde regeling zal artikel 1615fa stipt nageleefd moeten worden; hierdoor zal het niet langer mogelijk zijn dit artikel te omzeilen en werknemers voor eeuwig op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in dienstbetrekking te hebben. De indieners zijn voorts van oordeel dat de voorgestelde regeling de ontwikkeling van de arbeidsmarkt en de economie ten goede zal komen en ook de arbeidsvrede en sociale rust zal bevorderen.

Immers werknemers die bij een bedrijf een vaste aanstelling voor onbepaalde tijd hebben en goede secundaire arbeidsvoorwaarden genieten zullen beter presteren en meer loyaliteit tonen voor het bedrijf hetgeen de werkgever en uiteindelijk de economische ontwikkeling van het land ten goede komen. Met andere woorden dit ontwerp zal bijdragen tot een ontwikkeling in de arbeidsmarkt waarbij de stabiliteit en groei van economische aktiviteiten het gevolg zal zijn van een verbeterde arbeidsrelatie tussen werkgever en werknemer. Een dergelijke ontwikkeling zal niet alleen economische groei stimuleren, maar zal de Overheid ook meer rendement opleveren.

TOELICHTING OP DE ARTIKELEN

Artikel I, eerste lid, van artikel 1615fb

Dit artikel heeft ten doel te voorkomen dat werkgevers voortdurend met de werknemer elkaar opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd aangaan, waardoor de werknemer nimmer in aanmerking komt voor een aanstelling in en dienstbetrekking voor onbepaalde tijd.

Alleen in bepaalde gevallen waar er sprake is van het verrichten van werkzaamheden voor korte duur of van seizoengebonden arbeid, en aan nader te stellen voorwaarden en eisen is voldaan, zal de werkgever toestemming kunnen verkijgen om met de werknemer een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aan te gaan.

Artikel I. tweede lid, van artikel 1615fb

Ter bescherming van de werknemers heeft de wetgever bepaald dat contractuele bepalingen die in strijd zijn met de onderhavige wettelijke regeling van rechtswege nietig zijn. Ook elk beding of afwijking die ten doel heeft de werking van deze regeling te omzeilen, is nietig, ook al is deze bij collectieve arbeidsovereenkomst overeengekomen.

Artikel I, derde lid, van artikel 1615fb

De reeds bestaande arbeidsovereenkomsten die ondanks het bestaan van artikel 1615fa niet hebben geleid tot een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, worden bij de inwerkingtreding van de regeling geacht voor onbepaalde tijd te zijn aangegaan indien deze meer dan drie keer opeenvolgende keren is aangegaan met tussenpozen van telkens meer dan drie 3 maanden. Het doel van dit artikel is de reeds bestaande gevallen die op oneigenlijke wijze onttrokken werden aan de werking van artikel 1615fa, alsnog te regelen.

Artikel II

Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, zullen nadere voorschriften worden gesteld met betrekking tot welke categorie bedrijven en onder welke voorwaarden deze in aanmerking kunnen komen voor het verkrijgen van een vergunning, zoals bedoeld in deze regeling. In het landsbesluit zullen verder regels worden vastgesteld met betrekking tot de procedure van aanvraag de behandeling van de aanvraag alsmede de gronden voor intrekking van de vergunning en de beroepsprocedure bij een afwijzende beschikking op de aanvraag.

Artikel III

De Staten is van mening dat zeer streng moet worden opgetreden tegen werkgevers die na de inwerkingtreding van deze regeling alsnog zich schuldig blijven maken aan misbruik van recht oftewel het oneigenlijk gebruik van de wet met als enig doel de werknemer de werking van de wet (ontslagbescherming en rechtszekerheid) te ontnemen.

Vanuit deze visie heeft de wetgever bepaald dat de overtreding van deze regeling gezien moet worden als een ernstige strafbaar feit waarop een gevangenisstraf van maximaal 8 maanden kan worden gesteld of een boete van Naf 10.000,- per individueel geval.

De straf die in dit artikel is opgenomen zal hopelijk werkgevers weerhouden van het overtreden van deze wetsbepalingen welke ertoe zal bijdragen dat werknemers en diens families meer rechtszekerheid toekomen in de vervulling van hun recht op arbeid, zonder dat deze groep voortaan in onzekerheid blijft werken en ondanks vele jaren van trouwe dienstverlening niet in aanmerking komen voor een vaste dienstbetrekking, voor onbepaalde tijd.

 

 

Philipsburg, 2 april, 2012.

De indieners:

_____________________ _____________________

William Marlin Frans Richardson

 

_____________________ ______________________

George Pantophlet Hyacinth Richardson

 

______________________ _______________________

Lloyd Richardson Louie Laveist

 

 

4.

Aan: De Voorzitter van de Staten van St.Maarten

drs. G.R.Arrindell,

Philipsburg,

St. Maarten.

Philipsburg, 2 april 2012.

Onderwerp: Nader rapport inzake de initiatiefontwerp-landsverordening tot aanpassing van Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek(Landsverordening eliminering oneigenlijk gebruik van kortlopende arbeids-overeenkomsten).

Op 14 september 2011, kenmerk RvA no. SM/06-11-LV, heeft de Raad zijn advies inzake de bovenvermelde ontwerp-landsverordening uitgebracht.

De Raad heeft naar aanleiding van de initiatief ontwerp-landsverordening een aantal inhoudelijke opmerkingen en suggesties in zijn advies naar voren gebracht en geadviseerd rekening te houden met de daarin vermelde opmerkingen.

De opmerkingen van de Raad van Advies worden hieronder besproken. Daarbij wordt de volgorde van het advies van de Raad aangehouden.

De probleemstelling.

Ter verduidelijking van het gesignaleerde probleem en de strekking van het ontwerp moge het navolgende dienen: Het ontwerp beoogt het oneigenlijk gebruik van de kortlopende arbeidsovereenkomsten te elimineren dan wel tegen te gaan. Met andere woorden, in gevallen waar een werkgever bijvoorbeeld continu de werknemer in dienst houdt op basis een overeenkomst voor bepaalde tijd door telkens na afloop van de derde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd de werknemer voor langer dan een periode van 3 maanden niet in dienst te nemen en vervolgens dezelfde werknemer weer een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aan te bieden en zodoende de ketting van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd wederom doet opstarten, met het gevolg dat de werknemer nimmer in aanmerking komt voor een arbeidsovereenkomst in vaste dienst, oftewel een dienstbetrekking voor onbepaalde tijd. Het voorgaande is mogelijk als gevolg van een hiaat in de wet (loophole). Het doel van deze ontwerp-landsverordening is de wet zodanig aan te vullen dat het vorensbeschreven fenomeen zich niet meer voordoet danwel beperkt wordt tot die gevallen waarin zulks uiterst noodzakelijk is en zodoende de werknemers die bescherming te bieden zoals in de Landsverordening Flexibilisering Arbeidswetgeving (PB 2000 no. 68) eigenlijk was bedoeld. (Zie de Memorie van Toelichting op de Landsverordening Flexibilisering Arbeidswetgeving (PB 2000 no 68), met name de pagina’s 3,4 en 5).

Historie

Uit de historie blijkt dat de wetgever voor ogen had de werkgevers de mogelijkheid te bieden hun personeel flexibeler en zonder te veel meerkosten in te zetten. Anderzijds zou de werknemer tegen de nadelen van de flexibilisering beschermd moeten worden. Als gevolg van het hiervoren gesignaleerde oneigenlijk gebruik van de mogelijkheid van kortlopende arbeidsovereenkomsten is de arbeidsmarkt flexibeler geworden doch ten nadele van de werknemer die niet op adequate wijze hiertegen wordt beschermd. De beoogde ontslagbescherming die de wetgever voor ogen had wordt door de werkgevers omzeild zoals hiervoren is omschreven met alle nadelige consequenties voor de werknemer.

Kennelijk heeft de wetgever toendertijd niet overzien dat werkgevers de werknemer voor periodes van meer dan drie maanden zonder werk naar huis zou sturen, tijdelijk een andere werknemer zou inhuren en vervolgens nadat de periode van drie maanden is verstreken, dezelfde werknemer weer op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wederom in dienst zou nemen. Uit de historische beschouwingen blijkt dat de wetgever de periode van 31 dagen naar 3 maanden heeft verruimd in de verwachting dat er in meer gevallen sprake zou zijn van voortgezette arbeidsovereenkomsten. De praktijk heeft anders uitgewezen dan de wetgever had verwacht. Het onderhavig ontwerp beoogt de hiervoren beschreven ongewenste ontwikkeling, te corrigeren en terug te dringen.

De gevraagde adviezen .

De Raad constateert dat uit het ontwerp noch uit de toelichting blijkt dat de vakvereniging van werkgevers en werknemers of andere betrokken instanties om advies is gevraagd. De initiatiefnemers (NA fractie) kunnen zich geheel verenigen met de zienswijze van de Raad en de aanbeveling van de Raad om het advies van de Sociaal Economische Raad (SER) alsnog in te winnen. Ten tijde van de voorbereiding van het ontwerp, waren de leden van de SER nog niet benoemd, hierdoor kon het advies van de SER nog niet gevraagd worden. Inmiddels hebben de initiatiefnemers besprekingen gevoerd onder andere met de St.Maarten Hotel en Trade Association. De NA fractie zal het nodige doen verrichten om het advies van de Sociaal Economische Raad en andere vakorganisaties in te winnen.

Sociaal Economische Raad

De Raad merkt terecht op dat de Sociaal Economische Raad bij uitstek het gekwalificeerde orgaan is om over een dergelijk ontwerp te adviseren. Voorts is de Raad van mening dat alvorens tot de voorgestelde maatregelen te besluiten dient extensief onderzoek plaats te vinden naar de economische situatie in Sint Maarten. Hierbij zou aan de orde moeten komen of er sprake is van economische groei, de publieke en prive-investeringen, de lastendruk voor het bedrijfsleven en de werknemer, de (jeugd)-werkloosheid en immigratie. De NA fractie betwijfelt niet dat een dergelijk extensief onderzoek naar de economische situatie in Sint Maarten aan te bevelen is, doch kan de Raad niet volgen in zijn oordeel dat zulks zou dienen plaats te vinden in verband met de besluitvorming op de hierin voorgestelde ontwerp-landsverordening. Naar de bescheiden mening van de NA fractie heeft de voorgenomen aanpassing ter bescherming van de werknemers geen direct of causaal verband met een dergelijk onderzoek naar de economische situatie in Sint Maarten. Of de economische situatie goed of slecht is dienen de werknemers de beoogde ontslagbescherming, te genieten, welke zij thans als gevolg van de hierin uiteengezette omstandigheden ontberen. De NA fractie is van mening dat het instellen van een dergelijk extensief onderzoek tot verdere vertraging van de behandeling van het ontwerp zal leiden, hetgeen niet in het belang van de werknemers is. De fractie stelt voor het ontwerp zo spoedig mogelijk in behandeling te nemen nadat het advies van met name de SER is ingewonnen. Voorts merkt de NA fractie op dat het in deze gaat op aanvullende regelgeving en niet een wijziging van de bestaande regelgeving noch de invoering van nieuwe wetgeving, derhalve meent de NA fractie dat de gebruikelijke uitgebreide onderzoeken naar de aard van het probleem, en de voorgestelde oplossing zoals vereist door de beleidsanalytische- , en juridische toets, grotendeels achterwege kunnen blijven. Uiteraard dient het ontwerp volledig aan de wetstechnische eisen te voldoen.

Onderzoek praktijk.

Naar aanleiding van de opmerking van de Raad met betrekking tot de verwijzingen in de memorie van toelichting naar de praktijk en met name de opmerking van de Raad dat niet is gebleken dat er onderzoek is gedaan naar deze praktijk en of het bekend is om hoeveel mensen het gaat, wenst de NA fractie ter verduidelijking als volgt hierop te reageren. Het is een feit van algemene bekendheid dat vele werknemers als gevolg van de hierin meerbedoelde praktijken van werkgevers ernstig benadeeld worden in hun sociaal economische ontwikkeling. Dagelijks worden werknemers hiermee geconfronteerd. Een onderzoek naar hoeveel personen, wie en in welke bedrijfsectoren hierdoor benadeeld worden is niet van belang om tot het oordeel te komen dat een dergelijke situatie zo spoedig mogelijk gecorrigeerd dient te worden. De NA fractie beoogt enkel en alleen de regeling zodanig aan te passen opdat deze gaat functioneren en de werknemers de bescherming gaat bieden zoals de wetgever toen voor ogen stond.

Recentlijk heeft onze fractie de Minister van Arbeid verzocht cijfers over te leggen van het aantal werknemers die op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd te werk zijn gesteld bij de diverse sectoren en het aantal dat op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zijn aangesteld. Deze gegevens kunnen ongetwijfeld een beeld geven van hoeveel werknemers vooralsnog blootgesteld worden aan het fenomeen van de kortlopende arbeidsovereenkomst, indien erbij wordt vermeld sedert hoe lang deze personen in het bedrijf werkzaam zijn. De opgevraagde informatie is echter nog niet ontvangen.

De Raad heeft verder twijfels over de vraag of de voorgestelde oplossing tot het beoogde doel zal leiden nu ook geen onderzoek daartoe is verricht. De inititiatiefnemers zijn overtuigd dat de voorgestelde oplossing tot de gewenste resultaten zal leiden nu de mogelijkheid door de aanpassing van de wet aan de werkgever wordt ontnomen om de ontslagbescherming van de werknemer te omzeilen. Als gevolg hiervan zal de Landsverordening Flexibilisering Arbeidswetgeving gaan functioneren zoals oorspronkelijk is bedoeld door aan de werkgevers de nodige flexibiliteit te geven terwijl de werknemers de nodige en gewenste ontslagbescherming genieten. De mogelijkheid tot omzeiling van de bescherming van de werknemer wordt hiermede bemoeilijkt en voor zover mogelijk, stopgezet. Als gevolg hiervan kunnen de werknemers voortaan verzekerd zijn van een dienstbetrekking voor onbepaalde tijd in plaats van gedurende: 10,15, en/of 20 jaar werkzaam te zijn op basis van reeksen van kortlopende arbeids-overeenkomsten voor bepaalde tijd, zonder enige zekerheid voor zijn/haar toekomst en carriere.

De Beleidsnota Kortlopende arbeidscontracten.

De Raad verwijst diverse malen naar het onderzoek van de Commissie vastgelegd in de Beleidsnota betreffende Kortlopende Arbeidscontracten van 2007. In deze nota heeft de commissie geoordeeld dat er vooralsnog in 2007 geen duidelijk beeld bestaat van de mate waarin misbruik van kortlopende contracten in de Nederlandse Antillen plaatsvindt. Uit de inhoud van het rapport blijkt echter duidelijk dat er sprake is van misbruik en niet in geringe mate. Verder merkt de NA fractie bij deze op dat deze nota de situatie voornamelijk beschrijft op Curacao van toendertijd. Er is weinig inbreng te bespeuren over de situatie op Sint Maarten, de conclusies van het rapport kunnen derhalve niet als bepalend worden geacht voor St.Maarten, bovendien zijn we al meer dan 4 jaar verder nadat dit rapport werd uitgebracht. Kenmerkend in het rapport is echter de volgende passage uit de conclusie van het rapport, citaat: -"Het , na het derde contract, voor 4 maanden onderbreken van een serie contracten, om vervolgens dezelfde werknemer opnieuw op contract in dienst te nemen is strikt genomen niet tegen de wet"-. Uit het voorgaande blijkt dat de schrijvers kennelijk geen duidelijk beeld hadden van wat misbruik van de kortlopende arbeidscontracten en omzeiling van de ontslagbescherming, inhoudt.

Arubaanse wetgeving

De NA fractie heeft kennis genomen van de beschrijving van de Arubaanse wetgeving. Wellicht kan de Arubaanse regeling als voorbeeld dienen bij de herziening van onze arbeidswetgeving. Het voorgestelde ontwerp beoogt thans echter geen herziening of wijziging van de arbeidswetgeving zoals eerder is aangegeven, doch een aanvulling om het oneigenlijk gebruik van artikel 1615 fa lid 1, tegen te gaan.

Statuut en Nieuw Burgerlijk Wetboek

De NA fractie merkt hierbij op dat de voorgestelde aanpassing geen ingrijpende wijziging inhoudt zoals eerder is uiteengezet en derhalve aanneming van het voorstel geen strijd zal opleveren met het concordantie beginsel. De NA fractie stelt voor zoals het gebruikelijk is het onderhavige ontwerp voor te leggen aan de Regeringen van de andere delen van het Koninkrijk, voor hun zienswijze.

De invoering van een nieuw Burgerlijk Wetboek zal nog enige tijd in beslag nemen. Het daarin opgenomen verbod om onderscheid te maken in arbeidsvoorwaarden tussen tijdelijke en vaste arbeidskrachten, zal de hier aan de orde zijnde problematiek, niet oplossen. Gelet hierop en mede gelet op de tijdsduur voordat een nieuw BW kan worden ingevoerd is de NA fractie van mening dat het wenselijk en thans geboden is de hier aan de orde zijnde ontwerp-landsverordening, in het belang van de werknemer, zonder verder uitstel in te voeren.

Regeringsbeleid

Het ontwerp strekt tot bestendiging van het beleid zoals vastgelegd in de meerbedoelde Landsverordening Flexibilisering Arbeidswetgeving en zal ertoe bijdragen dat deze wet nauwgezet wordt nageleefd en dat de werknemers de beoogde ontslagbescherming daadwerkelijk genieten. De indieners zijn ervan overtuigd dat invoering van het ontwerp bevordelijk zal zijn voor de economische groei van Sint Maarten, een verbeterde arbeidsrelatie tussen werkgever en werknemer, en de arbeidsvrede op het eiland. De voorgaande streefdoelen passen naar wij menen in de lijn van het Regeringsbeleid.

Comptabilitielandsverordening

Voor zover de NA fractie kan overzien zal de invoering van het ontwerp op zich geen directe financiele gevolgen hebben voor de begroting van het Land Sint Maarten. Indien nadere uitvoeringsregels door middel van een Landsbesluit Houdende Algemene Maatregelen worden aangenomen, kan zulks wel financiele gevolgen hebben voor de uitvoering van de wet. De betrokken Minister zal alsdan beter in staat zijn die financiele gevolgen met betrekking tot het hierin bedoelde landsbesluit, in kaart te brengen.

Verwante wetgeving

De NA fractie is van mening dat als gevolg van de invoering van het onderhavig ontwerp-landsverordening de verwante wetgeving niet aangepast of gewijzigd behoeft te worden.

Uitzendkrachten

De NA fractie onderschrijft de opmerking van de Raad met betrekking tot het gebruik van uitzendbureau’s door werkgevers met als doel de bestaande wetgeving te omzeilen. De NA fractie heeft zich reeds voor-genomen dit onderwerp alsmede andere gerelateerde onderwerpen die de positie van de werknemers nadelig beinvloeden, te onderzoeken en met de nodige wetgevingsvoorstellen te komen teneinde ook die gevallen van misbruik/oneigenlijk gebruik en/of omzeiling van de arbeidswetgeving, tegen te gaan.

Overgangsrecht

Gelet op het feit dat geen nieuw recht of wijziging van het recht wordt voorgesteld is de NA fractie van oordeel dat geen overgangsrecht in dit geval noodzakelijk is.

De artikelsgewijze opmerkingen van de Raad

Artikel I

De NA fractie heeft ter verduidelijking van de strekking van het gestelde in artikel I het woord dienstbetrekking vervangen met het woord "functie". Uit de inleidende kop van het ontwerp blijkt duidelijk wat bedoeld wordt met een "functie die niet van tijdelijke aard is". Met betrekking tot de vraag welke sectoren worden bedoeld, verwijst de fractie naar hetgeen hieromtrent is gesteld sub Artikel II van het ontwerp.

Artikel II.

Artikel II betreft een delegatiebepaling aan de Minister van Arbeid en Sociale Zaken danwel de Regering om nadere uitwerking te geven aan de bepalingen van deze Landsverordening. De Minister voornoemd is de aangewezen instantie om nadere regels te treffen met betrekking tot de vereisten voor het verkrijgen van de in Artikel I bedoelde vergunning, alsmede te bepalen onder welke voorwaarden en welke categorien/sectoren hiervoor in aanmerking kunnen komen. Gelet op het dynamische karakter van onze economische en maatschappelijke ontwikkelingen acht de NA fractie het raadzaam dergelijke bepalingen bij landsbesluit houdende algemene maatregelen te regelen en niet in de landsverordening daar deze bepalingen indien noodzakelijk op eenvoudige wijze aangepast kunnen worden, rekening houdende met de maatschappelijke ontwikkelingen.

Artikel III.

De NA fractie merkt bij deze op dat bij de invoering van deze ontwerp- Landsverordening slechts Artikel I, (1615 fb), de leden 1,2 en 3, tot het Burgerlijk Wetboek wordt toegevoegd en niet de overige bepalingen van de onderhavige Landsverordening. De fractie acht de hierin bedoelde overtreding tegen de werknemers een zodanig ernstig vergrijp, dat de fractie van oordeel is dat de voorgestelde straf op zijn plaats is. Elders in het arbeidsrecht worden andere inbreuken op het recht van de werknemer met soortgelijke straffen gesanctioneerd.

 

 

Artikel V.

De NA fractie heeft rekening gehouden met de opmerking van de Raad terzake het bepaalde in artikel 127 van de Staatsregeling omtrent de bevoegdheid van de Ombudsman. De fractie heeft artikel V zodanig aangepast om te voldoen aan de door de Raad gegeven aanwijzing.

Wetstechnische /redactionele opmerkingen

De indieners hebben rekening gehouden met de door de Raad voorgestelde aanwijzigingen van wetstechnische- en redactionele aard en hebben deze zoals voorgesteld overgenomen en ingelast in de tekst van het ontwerp.

Wij bieden U hierbij aan, de verbeterde ontwerp-landsverordening tot aanpassing van boek 7A van het Burgerlijk Wetboek, met de aangepaste Memorie van Toelichting naar aanleiding van het advies en aanwijzingen van de Raad van Advies, met het verzoek de onderhavige ontwerp-landsverordening met de bijbehorende stukken, zo spoedig mogelijk, aan te bieden aan de Centrale Commissie voor behandeling.

Sint Maarten, 2 april, 2012.

De indieners,

William Marlin Frans Richardson

George Pantophlet Hyacinth Richardson

Lloyd Richardson Louie Laveist